Logo Burgevoogd

Gerdien Rietveld is de burgervoogd van twee meiden in haar gezinshuis

‘Jij blijft gewoon. Jij wisselt niet.’

 

 

Dertien jaar geleden leerde ik twee zusjes kennen. Meisjes van acht maanden en van drie jaar oud. De vraag was of er een ander plekje zou zijn waar ze op konden groeien. Iemand anders die voor hen zou zorgen. Toen ben ik hun pleegouder geworden.

 

Na enkele jaren was hun problematiek en hun omgeving niet meer zo heftig. De gecertificeerde instelling vroeg aan mij of ik voogd wilde worden. Daar heb ik over nagedacht. Wat zijn de voor- en nadelen, welke rechten en plichten heb ik dan? Ik kwam er op uit dat het ’t beste zou zijn voor de meisjes als iemand in hun omgeving de voogdij op zich zou nemen. Dus was het logisch dat die vraag bij mij werd neergelegd. En ook logisch dat ik daar ‘ja’ op zou zeggen. Dus dat heb ik gedaan. Daar ben ik heel tevreden mee.

 

Constante factor
Na een aantal jaren dat de meisjes bij mij woonden groeide hun problematiek. Hun verleden kwam naar boven, waardoor ze extra hulp nodig hadden. Er werden verschillende soorten therapie ingezet, maar dat bleek niet voldoende te zijn. De kinderpsychiatrie adviseerde om de meiden op te nemen in een behandelgroep. Daar zouden ze zich verder kunnen ontwikkelen en groeien. Maar voor ons voelde het als het begin van het einde. Ik dacht: dan moet ik ze loslaten, dan legt iemand anders ze ’s avonds op bed, dan is iemand anders de constante factor in hun leven. Tijdens de vakantie hebben we het er uitgebreid over gehad. Wat hebben de meisjes nu eigenlijk nodig? Waarin schieten we tekort? Waarin merken we dat er méér nodig is voor de kinderen?

 

Toen ontdekten we het fenomeen gezinshuizen. We dachten: zou dat dan misschien de optie zijn die helpend is voor die meiden. Dan kan de behandeling in het gezinshuis plaatsvinden en kunnen ze gewoon bij ons blijven wonen. Dan kunnen op die manier misschien een doorstart maken in de zorg en opvoeding. Dus toen hebben we ervoor gekozen om gezinshuis te worden. Die doorstart in de zorg en opvoeding is helpend geweest. De continuïteit die ze nodig hadden hebben wij nog steeds kunnen geven.

 

Zuiver
Met het feit dat we gezinshuis werden, stond wel de vraag opnieuw ter discussie: mag je dan ook wel burgervoogd zijn – gezinshuisouder én voogd. Maar het waren vooral beleidsmatige overwegingen waarom je zou zeggen dat burgervoogdij geen optie zou zijn. Daarom hebben we gezegd: dat kan nooit de reden zijn, als je vanuit het kind kijkt, om de voogdij te stoppen of over te dragen aan de gecertificeerde instelling. Dus toen zeiden we: we gaan toch door met de voogdij over deze twee meisjes en combineren we het gewoon met elkaar.

 

Als voogd mag je beslissen waar een kind opgroeit. In mijn geval beslis ik als voogd dat de twee meiden opgroeien bij mij in het gezinshuis. om die beslissing zuiver te kunnen maken, is het aan te raden dat er altijd een externe, onafhankelijke partij meekijkt. Wij hebben gevraagd of er een gedragswetenschapper meekijkt of ons gezinshuis de beste plek is voor deze twee meisjes om op te groeien.

 

Oma
De meiden zijn nu wat ouder. Je kunt het er dan met ze over hebben, wat ze ervan vinden dat ik hun voogd ben. De jongste had een meisje in de klas met een voogd van een gecertificeerde instelling. Ze zei: ‘We zijn nog maar halverwege het schooljaar en nu heeft ze alweer de vijfde voogd.’ Dat kwam door wisselingen bij de gecertificeerde instelling. Ze realiseerde zich: het is eigenlijk wel fijn dat jij mijn voogd bent. Jij blijft gewoon. Jij wisselt niet. De oudste zei: ‘Ik vind het belangrijk dat jij mijn voogd bent, omdat jij mij kent. Ze zei: ik moet er niet aan denken dat iemand die mij niet kent beslissingen over mij mag nemen. Jij weet gewoon wat het beste voor mij is.’

 

Als ik aan de twee meiden zelf vraag hoe hun toekomst eruit ziet, samen met mij dan zijn ze heel duidelijk. Laatst, onder het eten zei één van de meiden: ‘Als ik kinderen krijg, dan ben jij de oma en dan mag jij oppassen.’