Hoe mooi zou het zijn als een persoonlijk betrokken volwassene de voogdij op zich zou nemen. Een ‘gewoon mens’ die blijft, hoeveel je ook meemaakt, waar je ook woont, wat er ook met je gebeurt. Een volwassene die de voogdij op zich neemt, met alle rechten en plichten die daarbij horen. Zo’n volwassene heet: een burgervoogd.

Is het iets voor u?

Ben je betrokken bij een kind dat in op een leefgroep of in een gezinshuis woont en dat een voogd heeft die bij een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming werkt? Spreekt het idee je aan om die voogdij over te nemen en ben je hiervoor beschikbaar? Bespreek dit met het kind en vervolgens met diens voogd. Als je dit echt wilt, is het namelijk het beste om dit samen aan de kinderrechter voor te leggen. Uiteindelijk beslist de kinderrechter of je de voogdij over een kind kunt krijgen.

 

Burgervoogdij regelen vraagt de nodige voorbereidingen. Denk dan aan het regelen van verzekeringen en eventuele financiële tegemoetkomingen. De aanvraag bij de kinderrechter moet voorbereid worden met de huidige voogd-rechtspersoon. Ook is het van belang dat het toekomstperspectief van het kind duidelijk is. Kan het kind op de plek blijven waar het nu woont? Of is er in de toekomst nog een wisseling van woonplek te verwachten?

 

Als je eenmaal burgervoogd bent van een kind, dan blijf je dat tot het kind achttien jaar wordt. Maar ook daarna blijf je betrokken bij het kind. Je bouwt immers een duurzame relatie op. Je bent beschikbaar. Je komt op de verjaardag van het kind. Je gaat kijken bij een voetbalwedstrijd of een diploma-uitreiking. Je bent ook formeel de belangenbehartiger en pleitbezorger van het kind.

 

Iedere volwassene kan burgervoogd worden. Er geldt wel een beperking: er kan maar één volwassene burgervoogd worden van een kind dat in een instelling woont. Je kunt het dus niet samen met een ander doen. De wet stelt nog een paar aanvullende eisen aan ‘voogden-natuurlijk persoon’. Je mag niet onder curatele gesteld zijn. Je ‘geestesvermogens mogen niet dusdanig gestoord zijn’ dat je het gezag niet kunt uitoefenen. En je moet in het bezit zijn van een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG). Naast deze wettelijke eisen is het natuurlijk veel belangrijker dat je er bewust voor kiest om ‘er te zijn’ voor dit kind. Dat je blijvend betrokken wilt zijn, ook als het kind volwassen wordt. Dat je wilt samenwerken met de ouders van het kind (die er vaak nog wel zijn, ook al hebben ze geen ouderlijk gezag meer), de professionele opvoeders in de instelling waar het kind woont en anderen die voor het kind belangrijk zijn.

 

Wil je meer weten over burgervoogdij en wat er bij komt kijken? Ga dan naar de pagina Meer weten en bekijk de uitgebreide informatie in onze folders en brochures.

 

Contact

  • Overweeg je om burgervoogd te worden van een kind dat je kent? Overleg met het kind en met diens huidige voogd. Kom je er niet uit? De Alliantie Burgervoogdij helpt je graag op weg.
  • Heb je al de voogdij over een kind dat niet bij je woont en opgroeit? We komen graag met je in contact om je ervaringen te horen.
  • Heb je een andere vraag rond burgervoogdij waar je graag een antwoord op krijgt? We geven altijd antwoord, aan jongeren, burgervoogden, jeugdhulpverleners, voogden of gewone belangstellenden!

 

Neem contact met ons op via burgervoogdij@gmail.com. We reageren binnen enkele werkdagen.

 

Wil je op de hoogte blijven?

meld je aan voor onze nieuwsbrief